Citaat | Centrale Raad van Beroep 18 juli 2016

Onder 4.2.5. Centrale Raad van Beroep 18 juli 2016

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 18 juli 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2502.

Door de invoering van artikel 7a van de AOW zijn appellant weliswaar geen verzekerde tijdvakken ontnomen, maar wel wordt een tijdvak niet langer in aanmerking genomen voor de opbouw van zijn AOW-pensioen. Anders dan door de Svb is gesteld en door de regering in de Memorie van Toelichting (MvT) bij de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd (Tweede Kamer, 2011-2012, 33290, nr. 3, blz. 11) is te kennen gegeven, moeten de door een betrokkene in de periode tussen het 15e en 65e jaar reeds opgebouwde verzekerde tijdvakken worden aangemerkt als opeisbare rechten (“claims”) die als vermogensrechten kunnen worden beschouwd behorende tot een eigendomsrecht als bedoeld in artikel 1 van het Eerste Protocol (vergelijk in dit verband de beslissing van het EHRM van 27 maart 2007, nr. 77782/01, Luczak, onder A.3. voorlaatste alinea en het arrest van het EHRM van 7 juli 2011, nr. 37452/02, Stummer, par. 84, waar het gaat om de toegang tot de verzekering in relatie tot het uitkeringsrecht).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a61e28381189bc88c84fb25ec821b348b2d13513de1cd7d60c40cf17facaf993. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a61e28381189bc88c84fb25ec821b348b2d13513de1cd7d60c40cf17facaf993, en de alinea staat in dat document op bytes 16485 tot 17507.