Citaat | Centrale Raad van Beroep 29 juni 2016

Alinea 21 Centrale Raad van Beroep 29 juni 2016

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 29 juni 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2557.

Naar het oordeel van de rechtbank is hier geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding als bedoeld in artikel 6:11 van de Awb. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) is daarvan alleen sprake in zeer bijzondere gevallen. Eiser heeft niet door middel van stukken aangetoond dat zijn situatie zo bijzonder is, dat het overschrijden van de bezwaartermijn hem niet kan worden aangerekend. Daarbij is van belang dat verweerder het dossier heeft voorgelegd aan de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Deze heeft in zijn rapport van 9 januari 2015 geconstateerd dat eiser tijdens de bezwaarperiode in oktober 2014 wel in staat was om te solliciteren, zoals blijkt uit een door eiser opgesteld sollicitatieoverzicht. Het is dan ook niet aannemelijk dat eisers situatie zodanig was, dat niet van hem kon worden verwacht tijdig bezwaar te maken. Verder volgt uit vaste rechtspraak dat indien een belanghebbende zich beroept op lichamelijke of psychische problemen waardoor hij niet in staat is tijdig bezwaar te maken, van hem wordt verwacht dat hij hulp inroept bij het behartigen van zijn belangen. Blijkbaar heeft eiser gebruik gemaakt van de hulp van een familielid, maar is het bezwaar desondanks te laat ingediend.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2c554fe61ddc62a1af5cb81812ff7873bbaa7ce1fae5ae6fe2353a71a1139d4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2c554fe61ddc62a1af5cb81812ff7873bbaa7ce1fae5ae6fe2353a71a1139d4d, en de alinea staat in dat document op bytes 7187 tot 8448.