Citaat | Centrale Raad van Beroep 13 juli 2016
Onder 4.3. Centrale Raad van Beroep 13 juli 2016
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 13 juli 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2645.
“De kantonrechter is van oordeel dat de bepaling “Partijen komen een beding als bedoeld in artikel 7:690 BW overeen” niet voldoet aan het schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:691 BW. Aan het schriftelijkheidsvereiste ligt de gedachte ten grondslag dat in het vereiste van een geschrift een bijzondere waarborg is gelegen, namelijk dat de werknemer de consequenties van dit voor hem bezwarende beding goed heeft overwogen. Nu de inhoud van het bezwarende (uitzend)beding niet in de tekst van de overeenkomst is opgenomen en bovendien in de overeenkomst naar een verkeerd wetsartikel verwezen wordt, is niet voldaan aan het wettelijk voorgeschreven schriftelijkheidsvereiste en betekent dit dat tussen partijen geen uitzendbeding is overeengekomen.”.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e44467cb256892eeeba9ae8cafe5658071632bf9962ae0d347a2f81a28dd199e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e44467cb256892eeeba9ae8cafe5658071632bf9962ae0d347a2f81a28dd199e, en de alinea staat in dat document op bytes 13490 tot 14332.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e44467cb256892eeeba9ae8cafe5658071632bf9962ae0d347a2f81a28dd199e | shasum -a 256