Citaat | Centrale Raad van Beroep 13 juli 2016
Onder 6.4.1. Centrale Raad van Beroep 13 juli 2016
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 13 juli 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2645.
Net zoals de rechtbank geen aanleiding zag om anders te oordelen dan de kantonrechter bij het vonnis in kort geding van 30 december 2013, ziet de Raad geen aanleiding voor een ander oordeel dan de kantonrechter bij het vonnis in de bodemprocedure van 9 december 2014 heeft gegeven over het bestaan van een uitzendbeding in de arbeidsrelatie van appellante en werknemer. De kantonrechter wordt geheel gevolgd in de in 4.3 aangehaalde overweging. Met wat partijen op 26 september 2011 schriftelijk met elkaar zijn overeengekomen (de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd) is niet voldaan aan het schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:691, tweede lid, van het BW. Dat betekent dat er vanaf de aanvang in de arbeidsrelatie van werknemer en appellante geen uitzendbeding gold.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e44467cb256892eeeba9ae8cafe5658071632bf9962ae0d347a2f81a28dd199e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e44467cb256892eeeba9ae8cafe5658071632bf9962ae0d347a2f81a28dd199e, en de alinea staat in dat document op bytes 19667 tot 20455.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e44467cb256892eeeba9ae8cafe5658071632bf9962ae0d347a2f81a28dd199e | shasum -a 256