Citaat | Centrale Raad van Beroep 26 juli 2016

Onder 5.6. Centrale Raad van Beroep 26 juli 2016

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 26 juli 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2826.

De hoogste bestuursrechters hanteren als uitgangspunt dat, in geval van niet aangetekende verzending van een besluit of een ander rechtens van belang zijnde document, het bestuursorgaan aannemelijk dient te maken dat het desbetreffende stuk is verzonden. De omstandigheid dat per post verzonden stukken in de regel op het daarop vermelde adres van de geadresseerde worden bezorgd, rechtvaardigt het vermoeden van ontvangst van het besluit of ander relevant document op dat adres. Dit brengt mee dat het bestuursorgaan in eerste instantie kan volstaan met het aannemelijk maken van verzending naar het juiste adres. Contra-indicaties kunnen meebrengen dat geoordeeld moet worden dat het besluit of ander document wel moet zijn ontvangen, waarmee ook de verzending aannemelijk is. Indien het bestuursorgaan de verzending naar het juiste adres aannemelijk heeft gemaakt, ligt het vervolgens op de weg van de geadresseerde voormeld vermoeden te ontzenuwen. Hiertoe dient geadresseerde feiten te stellen op grond waarvan de ontvangst redelijkerwijs kan worden betwijfeld. Vergelijk de uitspraak van 29 juli 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BR4058.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d6a2154da7f9e7c9f0c3fca7748c2cb4a1ae3bda278b94ffd76ecc105a06e27a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d6a2154da7f9e7c9f0c3fca7748c2cb4a1ae3bda278b94ffd76ecc105a06e27a, en de alinea staat in dat document op bytes 12867 tot 14014.