Citaat | Centrale Raad van Beroep 26 juli 2016

Onder 6.2. Centrale Raad van Beroep 26 juli 2016

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 26 juli 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2826.

Appellant heeft aangevoerd dat de rechtbank de door hem op 8 april 2014 ingediende aanvullende gronden ten onrechte niet heeft behandeld. Hiermee heeft de rechtbank volgens appellant in strijd met het in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) neergelegde recht op een eerlijk proces gehandeld. Nog daargelaten de vraag of artikel 6 van het EVRM ziet op de vraag of aanvullende gronden al dan niet door de rechtbank dienen te worden behandeld, volgt uit de gedingstukken niet dat wat appellant op 8 april 2014 heeft aangevoerd niet door de rechtbank is meegenomen in haar beoordeling, zodat deze grond niet slaagt. Bovendien zijn de door appellant ingebrachte stukken nogmaals in het hoger beroep betrokken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d6a2154da7f9e7c9f0c3fca7748c2cb4a1ae3bda278b94ffd76ecc105a06e27a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d6a2154da7f9e7c9f0c3fca7748c2cb4a1ae3bda278b94ffd76ecc105a06e27a, en de alinea staat in dat document op bytes 16382 tot 17177.