Citaat | Centrale Raad van Beroep 26 juli 2016

Onder 4.3.3. Centrale Raad van Beroep 26 juli 2016

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 26 juli 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2851.

De beroepsgrond dat appellant niet aan de door hem tegenover de sociaal rechercheurs afgelegde verklaringen kon worden gehouden, slaagt evenmin. Appellant heeft gesteld dat hij op medisch voorschrift morfine gebruikt maar daarvan niet tijdig gebruik heeft kunnen maken. Vanwege de pijn wilde hij zo snel mogelijk een einde maken aan de verhoren. Uit de processen-verbaal van de verhoren van appellant blijkt echter dat appellant bij elk verhoor de vraag of hij in staat is om een verklaring af te leggen bevestigend heeft beantwoord. Ook blijkt dat hij op 9 oktober 2012 en op 10 oktober 2012 een arts heeft geraadpleegd en morfine heeft ontvangen. Voorts heeft appellant verklaard dat hij tijdens de verhoren goed is behandeld en hij heeft nadien ook geen klacht ingediend over de behandeling tijdens de verhoren. De beroepsgrond mist daarom feitelijke grondslag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ec507a9fd2c6a33e72cbefffc8cd65754dda358115ed4fe0074da0fc6847453. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ec507a9fd2c6a33e72cbefffc8cd65754dda358115ed4fe0074da0fc6847453, en de alinea staat in dat document op bytes 10683 tot 11561.