Citaat | Centrale Raad van Beroep 26 juli 2016
Onder 4.4.2. Centrale Raad van Beroep 26 juli 2016
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 26 juli 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2851.
9 oktober 2012 en 11 oktober 2012 als getuigen hebben afgelegd. Nu uit de door appellanten en door de getuigen afgelegde verklaringen onmiskenbaar blijkt dat in de te beoordelen periode sprake is geweest van een gezamenlijk hoofdverblijf van appellanten ziet de Raad geen aanleiding om, zoals ter zitting van de Raad gevraagd, alsnog de processen-verbaal van de observaties op te vragen. Dit geldt temeer omdat uit de processen-verbaal van de verhoren blijkt dat er beelden van de observaties aan appellanten zijn getoond en zij hebben verklaard zichzelf op die beelden te herkennen. Gesteld noch gebleken is dat er na de verhoren van appellanten en van de getuigen in oktober 2012 tot aan 8 november 2013, de datum van het primaire besluit, een wijziging is opgetreden in de feitelijke woon- en verblijfsituatie van appellanten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ec507a9fd2c6a33e72cbefffc8cd65754dda358115ed4fe0074da0fc6847453. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ec507a9fd2c6a33e72cbefffc8cd65754dda358115ed4fe0074da0fc6847453, en de alinea staat in dat document op bytes 12506 tot 13348.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6ec507a9fd2c6a33e72cbefffc8cd65754dda358115ed4fe0074da0fc6847453 | shasum -a 256