Citaat | Centrale Raad van Beroep 20 januari 2016

Onder 5.7. Centrale Raad van Beroep 20 januari 2016

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 20 januari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:295.

In zijn uitspraak van 9 december 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:4248, heeft de Raad, anders dan hij in eerdere rechtspraak heeft bepaald, overwogen dat bij het ten onrechte niet opleggen van een loonsanctie door het Uwv aan de werkgever, de periode waarover door de werknemer eventueel schade wordt geleden in beginsel wordt gesteld op twaalf maanden. In het geval van appellant loopt de loonsanctieperiode - het derde ziektejaar - van 2 december 2011 tot en met 30 november 2012. Wanneer de loonsanctie van zijn werkgeefster niet ten onrechte met terugwerkende kracht zou zijn bekort, zou appellant tot en met 30 november 2012 loon doorbetaald hebben gekregen. Niet in geschil is dat werkgeefster, na eerst tot en met september 2012 loon aan appellant te hebben betaald, een eindafrekening heeft opgesteld per 25 juli 2012 en daarbij onder meer betaald loon over de periode na 25 juli 2012 met betalingen van niet-opgenomen vakantie-uren en vakantiegeld heeft verrekend. De schadeclaim van appellant betreft dus wat werkgeefster niet heeft betaald over de periode van 25 juli 2012 tot en met 30 november 2012, onder aftrek van de over die periode ontvangen uitkering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf3240da0cb80e3490dbc9bdbe6167c169894fbf98042c9d1114ea88fed2a9b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf3240da0cb80e3490dbc9bdbe6167c169894fbf98042c9d1114ea88fed2a9b6, en de alinea staat in dat document op bytes 14281 tot 15456.