Citaat | Centrale Raad van Beroep 28 juni 2016

Onder 4.9. Centrale Raad van Beroep 28 juni 2016

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 28 juni 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:3024.

Uit wat onder 4.5 en 4.6 is overwogen volgt dat in rechte is komen vast te staan dat appellant over de te beoordelen periode geen recht op bijstand heeft. Zoals eerder is overwogen (uitspraak van 21 juli 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:2451) brengt dit, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, niet mee dat de schending van de inlichtingenverplichting ook in dit geding met betrekking tot de opgelegde boete zonder meer een vaststaand gegeven is. Daarover dient bij betwisting, evenals over de feiten, een zelfstandig oordeel te worden gegeven. Dit uitgangspunt bij de waardering van het bewijsmateriaal bij een opgelegde boete kan met zich meebrengen dat de bestuursrechter bepaalde feiten, die bij beantwoording van de vraag of sprake is van schending van de inlichtingenverplichting als vaststaand hebben te gelden, in het kader van de toetsing van een met de schending van de inlichtingenverplichting direct samenhangende bestuurlijke boete, niet als vaststaand mag aannemen, omdat het bewijsmateriaal daarvoor niet overtuigend genoeg is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ffac4f0c94ae09ad8922bd2e2b9afaf1998dc759664085f980b0f9dcbf6e2fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ffac4f0c94ae09ad8922bd2e2b9afaf1998dc759664085f980b0f9dcbf6e2fd, en de alinea staat in dat document op bytes 16505 tot 17555.