Citaat | Centrale Raad van Beroep 28 juni 2016
Onder 4.12. Centrale Raad van Beroep 28 juni 2016
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 28 juni 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:3024.
Appellant heeft ook in het geding met betrekking tot de opgelegde boete betwist dat hij werkzaamheden heeft verricht voor de pizzeria en zich op het standpunt gesteld dat de boete derhalve ten onrechte is opgelegd. Gelet op deze betwisting door appellant kan, beoordeeld naar de onder 4.10 en 4.11 genoemde maatstaven, het hier aan de orde zijnde vermoeden, inhoudende dat aanwezigheid tijdens reguliere arbeidsuren op een werkplek betekent dat de betrokkene ook daadwerkelijk op geld waardeerbare arbeid heeft verricht, geen toereikende grondslag vormen voor bevestigende beantwoording van de onder 4.10 opgeworpen vraag. Niet buiten redelijke twijfel is, zeker nu het een [bedrijf 2] betreft, dat aanwezigheid aldaar gepaard is gegaan met het verrichten van op geld waardeerbare arbeid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ffac4f0c94ae09ad8922bd2e2b9afaf1998dc759664085f980b0f9dcbf6e2fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ffac4f0c94ae09ad8922bd2e2b9afaf1998dc759664085f980b0f9dcbf6e2fd, en de alinea staat in dat document op bytes 20543 tot 21345.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2ffac4f0c94ae09ad8922bd2e2b9afaf1998dc759664085f980b0f9dcbf6e2fd | shasum -a 256