Citaat | Centrale Raad van Beroep 25 augustus 2016

Onder 6.3.2. Centrale Raad van Beroep 25 augustus 2016

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 25 augustus 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:3215.

30 oktober 2013 tot 4 november 2013 gebaseerd op de omstandigheid dat er geen werkbare situatie meer bestond aan bureau [locatie 1] vanwege de verstoorde verhouding tussen appellant en zijn leidinggevenden. Appellant heeft het bestaan van deze omstandigheid niet betwist. De korpschef kon zich dan ook in redelijkheid op het standpunt stellen dat er daarom aanleiding bestond om aan appellant - bij wijze van ordemaatregel - voor korte duur buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging te verlenen. De door appellant gestelde en door het College voor de Rechten van de Mens bevestigde omstandigheid dat de korpschef verboden onderscheid op grond van ras heeft gemaakt door hem niet al in 2011 in aanmerking te brengen voor de stage als recherchecoördinator, maakt dit niet anders. Dit laat immers onverlet dat er ten tijde in geding geen werkbare situatie meer bestond vanwege de verstoorde verhouding tussen appellant en zijn leidinggevenden. Uit de gedingstukken blijkt dat appellant vanaf begin 2012 met regelmaat op een verbaal onfatsoenlijke wijze zijn ongenoegen over de gang van zaken met betrekking tot (het tijdstip van) zijn stage en de gevolgen daarvan heeft geuit tegenover collega’s, waarbij appellant de integriteit van een aantal leidinggevenden in twijfel trok. Op grond hiervan heeft hij op 30 oktober 2013 een officiële waarschuwing gekregen. Appellant beschuldigde zijn leidinggevenden van discriminatie, machtsmisbruik, belemmering en onderdrukking en diende daarover een klacht in. Na intern onderzoek is op 16 september 2013 geconcludeerd dat in de periode vanaf 2010 door alle partijen acties achterwege zijn gebleven die ervoor hadden kunnen zorgen dat er acceptatie en draagvlak waren geweest voor de loopbaanontwikkeling van appellant. Geconstateerd is hierbij dat er voor beide partijen leerpunten zijn, maar dat van discriminatie, onderdrukking, belemmering en machtsmisbruik geen sprake is geweest volgens de rapporteur. De Raad ziet in het oordeel van het College voor de Rechten van de Mens met betrekking tot de stage onvoldoende basis om appellant te volgen in zijn visie dat hiervan wel sprake is geweest. Appellant is in de gelegenheid gesteld om de Rimoz/TGO-opleiding te volgen en heeft kort na de afronding van die opleiding ook de beoogde stage kunnen lopen. Al met al was in oktober 2013 bij bureau [locatie 1] echter niet langer sprake van een werkbare situatie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9689d5d80f1c1bc1e63ce906a66532ace14820d8c23316d7d81f28f466160cf9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9689d5d80f1c1bc1e63ce906a66532ace14820d8c23316d7d81f28f466160cf9, en de alinea staat in dat document op bytes 17577 tot 20000.