Citaat | Centrale Raad van Beroep 26 januari 2016
Onder 4.10. Centrale Raad van Beroep 26 januari 2016
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 26 januari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:325.
Het gegeven dat een bankrekening op naam van een betrokkene staat, rechtvaardigt de vooronderstelling dat het op die rekening staande tegoed een bestanddeel vormt van het vermogen waarover hij beschikt of redelijkerwijs kan beschikken. In een dergelijke situatie is het aan de betrokkene om aannemelijk te maken dat het tegendeel het geval is. Dit is niet anders bij een zogeheten “en/of”-bankrekening, aangezien daarmee slechts wordt aangeduid dat de rekeninghouders zowel gezamenlijk als ieder afzonderlijk over het tegoed kunnen beschikken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5b337ec7fd4d69f91b5ffd9e0e380713d74509bff2777a8ff0618269f587d5e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5b337ec7fd4d69f91b5ffd9e0e380713d74509bff2777a8ff0618269f587d5e3, en de alinea staat in dat document op bytes 19725 tot 20286.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5b337ec7fd4d69f91b5ffd9e0e380713d74509bff2777a8ff0618269f587d5e3 | shasum -a 256