Citaat | Centrale Raad van Beroep 30 augustus 2016

Onder 3.1. Centrale Raad van Beroep 30 augustus 2016

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 30 augustus 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:3288.

Appellanten hebben zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Daarbij hebben zij het volgende aangevoerd. De bijstand over de periode van 3 januari 2013 tot en met 9 juli 2013 kan niet worden teruggevorderd omdat er geen voorafgaand intrekkingsbesluit is dat op deze periode betrekking heeft. In de onderzoeksresultaten is onvoldoende grond gelegen voor de conclusie dat appellanten geen hoofdverblijf hadden op het uitkeringsadres. Verder kan geen boete worden opgelegd, omdat voorafgaand aan het gesprek op 23 augustus 2013 aan appellanten niet de cautie is gegeven. Omdat de verklaring van appellanten van die datum en de toen overgelegde bankafschriften om die reden buiten beschouwing moeten blijven, resteert te weinig bewijs voor oplegging van de boete.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac94aaea773d2ef69caecd01867e6ff6262c918d66ebd63c1b0c6fe2cba72204. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac94aaea773d2ef69caecd01867e6ff6262c918d66ebd63c1b0c6fe2cba72204, en de alinea staat in dat document op bytes 11096 tot 11887.