Citaat | Centrale Raad van Beroep 30 augustus 2016

Onder 4.16. Centrale Raad van Beroep 30 augustus 2016

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 30 augustus 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:3288.

Op 6 november 2013 heeft het college appellanten bericht voornemens te zijn hen een boete op te leggen en hen in de gelegenheid gesteld een toelichting te geven. Daarbij zijn appellanten gewezen op hun zwijgrecht. Appellanten hebben niet gereageerd. Appellanten hebben vervolgens in hun bezwaarschrift tegen de boete aangevoerd dat appellant vanuit onwetendheid tijdelijk in [V.] is gaan wonen om zoveel mogelijk bij zijn kinderen en vrouw te zijn. Dit had te maken met het feit dat de kinderen in deze omgeving naar school gingen en appellant weer aan het werk was in [M.]. Het verblijf in [V.] was een tijdelijke situatie; het was niet de bedoeling van appellanten zich definitief in [V.] te vestigen. Als appellanten hadden geweten dat hun feitelijke verblijfsadres in [V.] gevolgen zou hebben voor hun bijstand, dan hadden zij in [V.] bijstand aangevraagd of toch meer in Amsterdam verbleven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac94aaea773d2ef69caecd01867e6ff6262c918d66ebd63c1b0c6fe2cba72204. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac94aaea773d2ef69caecd01867e6ff6262c918d66ebd63c1b0c6fe2cba72204, en de alinea staat in dat document op bytes 22696 tot 23606.