Citaat | Centrale Raad van Beroep 21 september 2016
Onder 4.3. Centrale Raad van Beroep 21 september 2016
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 21 september 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:3566.
Hetgeen de minister ter onderbouwing van zijn standpunt heeft aangevoerd, geeft blijk van een onjuiste interpretatie van de rechtspraak van de Raad. De Raad wijst op zijn uitspraak van 2 december 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:4192, waaraan ten grondslag ligt het uitgangspunt dat het toezicht op de naleving van artikel 1.5 van de Wsf 2000 de uitoefening van een overheidstaak is en dat met het verlenen van toezichthoudende bevoegdheden aan personen buiten de overheid terughoudend moet worden omgegaan. Met de aanwijzing van werknemers van private bedrijven bij het toezicht op de naleving van artikel 1.5 van de Wsf 2000 is de grens van wat nog aanvaardbaar is, bereikt. In overweging 4.8.2 van zijn hierboven genoemde uitspraak van 1 juni 2016 heeft de Raad eerder genoemd uitgangspunt benadrukt en in het licht van het vorenstaande overwogen geen reden te zien voor een extensieve interpretatie van de zinsnede ‘de personen werkzaam bij’ in artikel 1 van het in overweging 4.1 genoemde aanwijzingsbesluit. Reeds om die reden heeft de Raad geoordeeld dat onder de aanwijzing alleen die personen vallen die op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst zijn van het private bedrijf. De Raad heeft met hetgeen overigens in overweging 4.8.2 van de uitspraak van 1 juni 2016 is overwogen slechts beoogd ter motivering van voormeld uitgangspunt uiteen te zetten dat de relatie tussen een werkgever en een werknemer en die tussen een opdrachtgever en een zzp’er niet op één lijn kunnen worden gesteld. De Raad heeft zijn oordeel – onder meer in zijn uitspraak van 27 juli 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2882 – herhaald. Uit de rechtspraak van de Raad volgt mitsdien dat niet kan worden aanvaard dat private bedrijven het toezicht op de naleving van artikel 1.5 van de Wsf 2000, al dan niet onder voorwaarden, uitbesteden aan zzp’ers. Voor een nuancering van zijn rechtspraak ziet de Raad in wat de minister heeft aangevoerd geen aanleiding. Hetgeen de minister heeft aangevoerd – wat daar verder inhoudelijk van zij – doet niet af aan het in de uitspraak van 1 juni 2016 gegeven oordeel en treft mitsdien geen doel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/66496ef2413a57a0e16e0a2f10f4957696276569e1eb4ffbf2ee5efdb40c25c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 66496ef2413a57a0e16e0a2f10f4957696276569e1eb4ffbf2ee5efdb40c25c3, en de alinea staat in dat document op bytes 8946 tot 11091.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/66496ef2413a57a0e16e0a2f10f4957696276569e1eb4ffbf2ee5efdb40c25c3 | shasum -a 256