Citaat | Centrale Raad van Beroep 21 september 2016

Onder 4.6.2. Centrale Raad van Beroep 21 september 2016

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 21 september 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:3566.

Dit betoog wordt niet gevolgd. In situaties als deze waarin de studerende op het brp-adres ingeschreven is gebleven, moet het ervoor worden gehouden dat deze op dat adres uitwonend is gebleven en dat er doorlopend recht heeft bestaan op studiefinanciering die is berekend naar de norm die geldt voor een uitwonende studerende. Volledigheidshalve wijst de Raad erop dat zijn uitspraak van 25 mei 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1928, niet op deze situatie ziet, nu het in die uitspraak gaat om het leveren van bewijs bij een nieuwe aanvraag en bovendien is komen vast te staan dat de studerende in het verleden niet op zijn brp-adres woonde. Daarbij komt dat de minister, uiteraard binnen de grenzen van artikel 7.1 van de Wsf 2000 en met inachtneming van de bewijslast zoals die is beschreven in de uitspraak van de Raad van 1 juni 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1878, alsnog tot herziening zou kunnen overgaan indien hem zou blijken dat de studerende over een periode waarover hem studiefinanciering is toegekend voor een uitwonende studerende niet aan de daarvoor geldende voorwaarden zou hebben voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/66496ef2413a57a0e16e0a2f10f4957696276569e1eb4ffbf2ee5efdb40c25c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 66496ef2413a57a0e16e0a2f10f4957696276569e1eb4ffbf2ee5efdb40c25c3, en de alinea staat in dat document op bytes 12350 tot 13468.