Citaat | Centrale Raad van Beroep 20 september 2016
Onder 4.4.4. Centrale Raad van Beroep 20 september 2016
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 20 september 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:4160.
Zoals de Raad eerder heeft overwogen (zie de uitspraak van 12 december 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:4180), is volgens constante rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) een verschil in behandeling voor de toepassing van artikel 14 van het EVRM en daarmee voor de toepassing van de onder 4.4.3 geciteerde bepaling discriminerend als het niet objectief gerechtvaardigd is, dat wil zeggen als met het onderscheid geen gerechtvaardigd doel wordt nagestreefd of als de gehanteerde middelen niet in een redelijke proportionaliteitsrelatie staan tot het nagestreefde doel. De verdragsstaten beschikken over een zekere beoordelingsmarge bij de vaststelling of en in welke mate verschillen in overigens gelijksoortige situaties een verschil in behandeling rechtvaardigen. De omvang van deze beoordelingsmarge is primair afhankelijk van de aard van het gemaakte onderscheid. Ten aanzien van een onderscheid dat niet “verdacht” is komt de verdragsstaat een ruime “margin of appreciation” toe. Dit geldt temeer in dit geval waar het gaat om een maatregel op het terrein van de sociale zekerheid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae753eb583559718d2a6ca994de30d165f433fb0041d07d32bae27c26cd788ad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae753eb583559718d2a6ca994de30d165f433fb0041d07d32bae27c26cd788ad, en de alinea staat in dat document op bytes 25166 tot 26293.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ae753eb583559718d2a6ca994de30d165f433fb0041d07d32bae27c26cd788ad | shasum -a 256