Citaat | Centrale Raad van Beroep 29 januari 2016

Onder 1.6. Centrale Raad van Beroep 29 januari 2016

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 29 januari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:420.

3. In hoger beroep heeft verzoekster aangevoerd dat het Uwv van het opleggen van een boete had kunnen afzien, aangezien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. Volgens verzoekster kan zij niet verantwoordelijk worden gehouden voor het feit dat er niet aan het Uwv is doorgegeven dat zij enkele uren heeft gewerkt, aangezien haar ex-man verantwoordelijk was voor de administratie. Daarnaast wordt de weg naar een schuldsaneringstraject voor verzoekster onmogelijk gemaakt door de boete. Volgens verzoekster had het Uwv bij zijn volledige heroverweging rekening moeten houden met hetgeen de Raad heeft overwogen in zijn uitspraak van 24 november 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3754. Voorts is verzoekster van mening dat zij niet aansprakelijk is voor het terugvorderingsbedrag, aangezien dit betrekking heeft op de periode van 12 augustus 2013 tot en met 8 december 2013, zodat dit bedrag valt onder de term schulden waarvoor de ex-man - gelet op het op 18 juni 2014 ondertekende echtscheidingsconvenant - verantwoordelijk is. Tot slot is verzoekster van mening dat het willen starten van een minnelijk traject een nieuw feit oplevert, aangezien zij wist noch behoorde te weten dat de boete haar de mogelijkheid zou ontnemen om deel te nemen aan de schuldsanering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3161df12fd308a5ad36a4f743f6662410fb4c83ee4401560b258bd42b8ed1af9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3161df12fd308a5ad36a4f743f6662410fb4c83ee4401560b258bd42b8ed1af9, en de alinea staat in dat document op bytes 10301 tot 11571.