Citaat | Centrale Raad van Beroep 29 januari 2016

Onder 4.3. Centrale Raad van Beroep 29 januari 2016

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 29 januari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:420.

Het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen, zoals weergegeven in 2, worden onderschreven. Aangezien hetgeen verzoekster in hoger beroep heeft aangevoerd neerkomt op een herhaling van hetgeen zij reeds in beroep heeft aangevoerd, wordt verwezen naar hetgeen de rechtbank heeft overwogen. Daaraan wordt toegevoegd dat de omstandigheid dat verzoekster na de besluiten van 22 september 2014 is geconfronteerd met een groot aantal schulden en zij - als gevolg van het feit dat het Uwv haar een boete heeft opgelegd - niet wordt toegelaten tot een schuldsaneringstraject wel is aan te merken als een nieuw feit of veranderde omstandigheid in de zin van artikel 4:6 van de Awb. Hierin heeft het Uwv echter geen aanleiding behoeven te vinden de oorspronkelijke besluiten te herzien. Zoals de rechtbank heeft overwogen is in artikel 36c, tweede lid, van de WW neergelegd dat het Uwv niet bevoegd is mee te werken aan schuldregeling indien een vordering is ontstaan door het niet nakomen door de werknemer van de op hem rustende inlichtingenplicht en hiervoor een boete is opgelegd. Aan deze bepaling zou afbreuk worden gedaan als de omstandigheid dat verzoekster niet kan deelnemen aan de schuldregeling voor het Uwv aanleiding zou moeten geven de boete te herroepen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3161df12fd308a5ad36a4f743f6662410fb4c83ee4401560b258bd42b8ed1af9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3161df12fd308a5ad36a4f743f6662410fb4c83ee4401560b258bd42b8ed1af9, en de alinea staat in dat document op bytes 13111 tot 14417.