Citaat | Centrale Raad van Beroep 6 december 2016

Onder 4.3.3. Centrale Raad van Beroep 6 december 2016

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 6 december 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:4487.

Zoals de Hoge Raad onder meer heeft overwogen in zijn arrest van 12 mei 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA2756, moet bij de beantwoording van de vraag of sprake is van een door artikel 26 van het IVBPR verboden ongelijke behandeling voorop worden gesteld dat dit discriminatieverbod niet meebrengt dat elke ongelijke behandeling van gelijke gevallen verboden is, maar alleen die welke als discriminatie moet worden beschouwd omdat een objectieve en redelijke rechtvaardiging ervoor ontbreekt. Daarbij verdient opmerking dat op het terrein van de sociale zekerheid aan de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid toekomt bij het beantwoorden van de vraag of gevallen als gelijk moeten worden beschouwd en, in het bevestigende geval, of een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat om die gevallen niettemin in verschillende zin te regelen. Zie in dit verband ook het arrest van de Hoge Raad van 25 september 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2580.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7593c18d02cb72752596a1465654066059f744996738a6ef235f3364c27dd2b1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7593c18d02cb72752596a1465654066059f744996738a6ef235f3364c27dd2b1, en de alinea staat in dat document op bytes 14167 tot 15115.