Citaat | Centrale Raad van Beroep 6 december 2016
Onder 4.7.1. Centrale Raad van Beroep 6 december 2016
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 6 december 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:4707.
Appellante heeft aangevoerd dat zij in de hier te beoordelen periode weliswaar zorgde voor B, die zich met behulp van een scootmobiel voortbeweegt, maar dat de zorg van B voor haar onvoldoende was om van een gezamenlijke huishouding te kunnen spreken. Deze beroepsgrond slaagt niet. Appellante heeft verklaard dat zij af en toe het eten van B klaarmaakte, dat zij boodschappen voor hem deed en dat zij zijn kleding waste. B deed volgens haar verklaring soms boodschappen voor appellante en zij mocht van zijn eten gebruik maken als zij geen geld had. Hieruit volgt dat beiden een vorm van zorg aan de ander verleenden. Voor het aannemen van wederzijdse zorg als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de WWB is niet noodzakelijk dat de door ieder van beiden geboden zorg dezelfde omvang en intensiteit heeft. Anders dan appellante meent, moet voorts het feit dat B zijn woning aan appellante beschikbaar stelde en haar gebruik liet maken van zijn inboedel en de maandelijkse woonkosten geheel voor zijn rekening nam, worden gezien als een vorm van zorg voor appellante van zijn kant.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b1f88dd1e8599aa2a5bc0341863a5a99a5895506b97961088ec8e7d4f9f1ae24. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b1f88dd1e8599aa2a5bc0341863a5a99a5895506b97961088ec8e7d4f9f1ae24, en de alinea staat in dat document op bytes 16756 tot 17852.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b1f88dd1e8599aa2a5bc0341863a5a99a5895506b97961088ec8e7d4f9f1ae24 | shasum -a 256