Citaat | Centrale Raad van Beroep 18 februari 2016

Onder 4.2. Centrale Raad van Beroep 18 februari 2016

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 18 februari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:526.

Wat appellant verder heeft aangevoerd, kan evenmin tot het oordeel leiden dat de minister hem als remplaçant had moeten aanmerken. Dat de echtgenote van appellant wel als remplaçant is aangemerkt, kan appellant niet baten, nu hij zelf heeft erkend dat geen sprake is van gelijke gevallen en het gelijkheidsbeginsel bovendien volgens vaste rechtspraak van de Raad (uitspraak van 26 juni 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BD6286) niet zover strekt dat het bestuursorgaan gehouden is om een gemaakte fout te herhalen. Verder heeft appellant niet aannemelijk gemaakt dat van de kant van het tot beslissen bevoegde orgaan uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezeggingen zijn gedaan, die bij hem gerechtvaardigde verwachtingen hebben gewekt dat hij als remplaçant zou worden aangemerkt. De stelling van appellant dat de minister zich onvoldoende heeft ingespannen om hem (alsnog) als remplaçant aan te merken, treft geen doel. De minister hoefde zich ter zake niet in te spannen, aangezien er voor de minister uit het oogpunt van management geen grond was om appellant als remplaçant aan te merken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7577a260a7a805c823ba2b8397d51871bb2d3e9529baed62380b4631d175a67a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7577a260a7a805c823ba2b8397d51871bb2d3e9529baed62380b4631d175a67a, en de alinea staat in dat document op bytes 13028 tot 14159.