Citaat | Centrale Raad van Beroep 3 maart 2016

Onder 4.2.8. Centrale Raad van Beroep 3 maart 2016

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 3 maart 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:744.

Ook voor het overige heeft de korpschef zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de door appellanten naar voren gebrachte omstandigheden niet leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard en dat evenmin sprake is van een bijzondere situatie in de zin van deze bepaling. Dat een politieambtenaar kan overgaan naar een LFNP-functie waarvan de inhoud afwijkt van zijn korpsfunctie is inherent aan de (door de regelgever) bewust gekozen wijze waarop moet worden gematcht en is ook verklaarbaar uit het gegeven dat de werkzaamheden binnen verschillende politieregio’s worden ondergebracht in één nieuw landelijk functiegebouw. Voor zover appellanten zich beroepen op een verschraling van hun taken en verantwoordelijkheden leidt dit niet tot een ander oordeel. Een eventuele verschraling van het takenpakket van een betrokkene kan niet worden beschouwd als een onbedoelde onbillijke uitwerking van de Regeling. De Raad verwijst naar zijn onder 1.1 genoemde uitspraak van 1 juni 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1550.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/580541fbb41878bf8ac1acb246a559d076ff283a146d8b90652954fff444d873. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 580541fbb41878bf8ac1acb246a559d076ff283a146d8b90652954fff444d873, en de alinea staat in dat document op bytes 17361 tot 18401.