Citaat | Centrale Raad van Beroep 11 januari 2016

Onder 5.15. Centrale Raad van Beroep 11 januari 2016

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 11 januari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:8.

Vaststaat dat J en M al bij appellant inwoonden op het moment dat appellant zich meldde voor een bijstandsaanvraag op 16 januari 2013. Hoewel in het aanvraagformulier expliciet wordt gevraagd of de aanvrager alleenwonend is dan wel gezamenlijk met andere personen woont, heeft appellant niet op het op 4 februari 2013 ingediende aanvraagformulier en ook niet tijdens het intakegesprek opgave gedaan van de inwoning van J en M. Weliswaar heeft appellant tijdens het zienswijzegesprek op 13 maart 2014 verklaard dat het de bedoeling was dat de inwoning van J en M tijdelijk en van korte duur zou zijn, maar voor zover hij hiermee heeft willen betogen dat het hem niet kan worden verweten dat hij bij de aanvraag geen opgave heeft gedaan van de inwoning van J en M, slaagt dit betoog niet. Uit de verklaring van appellant zelf tijdens het telefoongesprek op 25 september 2013 dat hij J en M (vanuit Hongarije) naar Nederland heeft gehaald en onderdak heeft verleend in ruil voor de verzorging van zijn vader door K, en uit het feit dat M vanaf 14 januari 2013 naar een Nederlandse school ging, valt immers af te leiden dat de inwoning van J en M van meet af aan niet het karakter had van een tijdelijk verblijf van korte duur, zoals bijvoorbeeld in verband met een logeerpartij. Bovendien is tijdens het intakegesprek op 17 februari 2013 de woonsituatie van appellant uitdrukkelijk besproken. Daarbij heeft appellant alleen gemeld dat zijn zoons wel eens bij hem logeren. In aanmerking genomen dat appellant op het aanvraagformulier heeft aangekruist dat hij alleenwonend is, terwijl dat niet zo was, vervolgens pas op 25 september 2013 heeft laten weten dat J en M bij hem inwoonden, en hij pas tijdens een gesprek op 29 oktober 2013 volledige openheid van zaken heeft gegeven, is bij appellant sprake geweest van een dermate grote, aan opzet grenzende, mate van nalatigheid dat hem grove schuld kan worden verweten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ffdfb39c599da4a2e7ae2d7e4f4c7930cf9163c44b6bec281576623f96bbad1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ffdfb39c599da4a2e7ae2d7e4f4c7930cf9163c44b6bec281576623f96bbad1, en de alinea staat in dat document op bytes 29523 tot 31450.