Citaat | Centrale Raad van Beroep 13 januari 2016
Onder 1.4. Centrale Raad van Beroep 13 januari 2016
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 13 januari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:86.
tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe is het volgende overwogen. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat hetgeen in het bestreden besluit over de hoorzitting is vermeld onvolledig of onjuist is. Zo dit anders zou zijn heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat zij door het ontbreken van de bandopname of het verslag van de hoorzitting in haar belangen is geschaad. Er is geen sprake van schending van het huisrecht van appellante. De door de broer verleende toestemming voor het huisbezoek was ook voldoende voor het ten aanzien van appellante rechtmatig binnentreden in de als slaapkamer van appellante getoonde kamer. Die kamer was namelijk niet bestemd tot exclusief woongebruik door haar omdat die kamer tevens werd gebruikt voor het ophangen van wasgoed van de broer. De stelling van appellante dat haar broer zijn verklaring onder druk heeft afgelegd slaagt niet. Het enkele feit dat de controleurs de broer hebben voorgehouden dat het strafbaar is als appellante op het gba-adres staat ingeschreven, maar zij daar feitelijk niet woont, levert niet een zodanig onaanvaardbare druk op dat aan de verklaring van de broer geen waarde kan of mag worden gehecht. De bevindingen in het rapport bieden een voldoende feitelijke grondslag voor het door de minister ingenomen standpunt dat appellante niet woonde op haar gba-adres. Daarbij komt doorslaggevende betekenis toe aan de omstandigheid dat tijdens het huisbezoek in de kamer waar appellante zou verblijven niets is aangetroffen of kon worden getoond wat aantoonbaar herleidbaar was naar appellante. Zo zijn geen persoonlijke spullen, recente administratieve bescheiden, studiemateriaal of spullen voor persoonlijke verzorging van appellante aangetroffen. Hierbij komt dat appellantes broer verklaard heeft dat de meeste persoonlijke spullen van appellante bij haar vader liggen. De enkele stelling van appellante dat zij haar make-up en telefoon altijd bij zich heeft is onvoldoende om te dienen als tegenbewijs voor de bevindingen bij het huisbezoek. De controleurs hadden uitvoeriger onderzoek kunnen verrichten, maar dat kan er alles bijeengenomen niet aan afdoen dat de minister op grond van hetgeen is waargenomen tot het oordeel mocht komen dat appellante niet op het gba-adres woonde. Appellante heeft voorts niet het vereiste bewijs geleverd dat zij in (een deel van) de periode van 1 april 2013 tot
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7182fca6cf5c13280573157660141800588853e486caa7f58be68cfd401b2e90. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7182fca6cf5c13280573157660141800588853e486caa7f58be68cfd401b2e90, en de alinea staat in dat document op bytes 7807 tot 10206.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7182fca6cf5c13280573157660141800588853e486caa7f58be68cfd401b2e90 | shasum -a 256