Citaat | Centrale Raad van Beroep 13 januari 2016
Onder 4.6.1. Centrale Raad van Beroep 13 januari 2016
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 13 januari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:86.
Ter verduidelijking van de in 4.6 genoemde rechtspraak merkt de Raad het volgende op over situaties waarin weerlegging van het wettelijk vermoeden al dan niet aan de orde zal zijn. Indien de studerende niet betwist dat hij ten tijde van de controle niet woonde op het gecontroleerde gba-adres maar dat wel betwist voor (een deel van) de periode voorafgaand aan de controle, dan is het aan de studerende om onomstotelijk bewijs te leveren waaruit blijkt dat het wettelijk vermoeden onjuist is. Hetzelfde geldt in de situatie waarin door de studerende wordt betwist dat hij ten tijde van de controle niet woonde op het gecontroleerde gba-adres, maar tevens wordt gesteld dat de aangetroffen situatie - in relevante mate - afweek van die gedurende (een deel van) de periode daarvoor. In de situatie dat de studerende betwist dat hij ten tijde van de controle niet woonde op zijn gba-adres maar niet in geschil is dat de feitelijke situatie ten tijde van de controle niet - in relevante mate - afwijkend was van (een deel van) de periode daarvoor, zal weerlegging van het wettelijk vermoeden geen zelfstandige rol spelen bij de beoordeling. Immers, niet valt in te zien dat een vergelijkbare feitelijke situatie op het moment van de controle en in de periode daarvoor tot een verschillend juridisch oordeel kan leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7182fca6cf5c13280573157660141800588853e486caa7f58be68cfd401b2e90. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7182fca6cf5c13280573157660141800588853e486caa7f58be68cfd401b2e90, en de alinea staat in dat document op bytes 14497 tot 15825.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7182fca6cf5c13280573157660141800588853e486caa7f58be68cfd401b2e90 | shasum -a 256