Citaat | Centrale Raad van Beroep 13 januari 2016
Onder 4.8. Centrale Raad van Beroep 13 januari 2016
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 13 januari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:86.
De vaststelling dat appellante op 1 oktober 2013 niet woonde op haar gba-adres leidt, ingevolge artikel 9.9, tweede lid, van de Wsf 2000, in beginsel tot de vaststelling dat ook in de, hier relevante, periode van 1 april 2013 tot 1 oktober 2013 niet is voldaan aan de verplichting van artikel 1.5, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wsf 2000. Van een situatie dat niet onverkort aan dit wettelijk vermoeden kan worden vastgehouden is niet gebleken. De verklaring van de hoofdbewoner, inhoudende dat appellante ten tijde van de controle niet altijd bij hem maar soms ook bij haar vader woonde terwijl zij daarvoor, vanaf 2007, wel degelijk volledig op zijn adres woonde, is daarvoor niet voldoende. Verwezen wordt naar vaste rechtspraak van de Raad, bijvoorbeeld de uitspraak van 17 december 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:4287. Appellante heeft verder geen verifieerbare objectieve gegevens overgelegd waaruit kan worden afgeleid dat zij in (een deel van) de periode van 1 april 2013 tot 1 oktober 2013 feitelijk op dat adres woonde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7182fca6cf5c13280573157660141800588853e486caa7f58be68cfd401b2e90. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7182fca6cf5c13280573157660141800588853e486caa7f58be68cfd401b2e90, en de alinea staat in dat document op bytes 17744 tot 18787.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7182fca6cf5c13280573157660141800588853e486caa7f58be68cfd401b2e90 | shasum -a 256