Citaat | Centrale Raad van Beroep 12 januari 2017
Onder 3.2. Centrale Raad van Beroep 12 januari 2017
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 12 januari 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:102.
Verwezen wordt naar het arrest van de Hoge Raad van 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252, in het bijzonder rechtsoverwegingen 3.14.1 en 3.14.2. De Hoge Raad heeft, voor zover hier van belang, overwogen dat indien de rechter het (hoger) beroep op zichzelf beschouwd ongegrond acht, maar wel een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn met overeenkomstige toepassing van artikel 8:73 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) toekent, er aanleiding is, indien sprake is van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten op de voet van artikel 8:75 van de Awb, een veroordeling uit te spreken in de proceskosten van de belanghebbende
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/81ff42e7c84a785619eeae39c2f37e89143f790d6995e92fb8d98f5c18adac7c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 81ff42e7c84a785619eeae39c2f37e89143f790d6995e92fb8d98f5c18adac7c, en de alinea staat in dat document op bytes 6698 tot 7388.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/81ff42e7c84a785619eeae39c2f37e89143f790d6995e92fb8d98f5c18adac7c | shasum -a 256