Citaat | Centrale Raad van Beroep 22 maart 2017
Onder 4.2. Centrale Raad van Beroep 22 maart 2017
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 22 maart 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1225.
Op grond van artikel 19, eerste en vierde lid, van de ZW heeft een verzekerde bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken, recht op ziekengeld. Volgens vaste rechtspraak van de Raad wordt onder “zijn arbeid” verstaan de laatstelijk voor de ziekmelding feitelijk verrichte arbeid. Deze regel lijdt uitzondering, wanneer de verzekerde na gedurende de maximumtermijn ziekengeld te hebben ontvangen, blijvend ongeschikt is voor zijn oude werk en niet in enig werk heeft hervat. Dan geldt als maatstaf gangbare arbeid, zoals die nader is geconcretiseerd bij de beoordeling van de aanspraak van de verzekerde op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) of op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Het gaat daarbij om elk van deze functies afzonderlijk, zodat het voldoende is wanneer de hersteldverklaring wordt gedragen door ten minste een van de geselecteerde functies.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/354eb9607f1f72aa71dbb1e4769e377a996e05abb6f80fa0e42f5647ef0b3983. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 354eb9607f1f72aa71dbb1e4769e377a996e05abb6f80fa0e42f5647ef0b3983, en de alinea staat in dat document op bytes 11469 tot 12511.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/354eb9607f1f72aa71dbb1e4769e377a996e05abb6f80fa0e42f5647ef0b3983 | shasum -a 256