Citaat | Centrale Raad van Beroep 22 maart 2017

Onder 4.6.5. Centrale Raad van Beroep 22 maart 2017

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 22 maart 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1225.

De rechtbank Overijssel heeft in haar uitspraak niet onderkend dat het gevolg van de in die uitspraak gekozen benadering tot ongewenste resultaten leidt. Met uitzondering van de – sporadisch voorkomende – situatie dat een betrokkene na een EZWb toch weer geschikt is geworden voor zijn eigen werk, heeft betrokkene bij een ziekmelding na vier weken na de EZWb recht op ziekengeld. Dit kan zich steeds blijven herhalen, zoals overigens ook door de rechtbank Zeeland-West-Brabant is opgemerkt. Als na een EZWb de maatstaf “zijn arbeid” weer het laatst verrichte werk is, dan zou in (vrijwel) alle gevallen een dag na de beëindiging van het ziekengeld na een EZWb alweer recht op ziekengeld bestaan. Als betrokkene zich op dat moment ziek meldt, dan worden op grond van artikel 29, vijfde lid, van de ZW de twee periodes van ziekte samengeteld en zal betrokkene – in strijd met de uitdrukkelijke bedoeling van de wetgever – alsnog de wachttijd voor de Wet WIA volmaken. Artikel 19aa van de ZW zou daarmee een dode letter worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/354eb9607f1f72aa71dbb1e4769e377a996e05abb6f80fa0e42f5647ef0b3983. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 354eb9607f1f72aa71dbb1e4769e377a996e05abb6f80fa0e42f5647ef0b3983, en de alinea staat in dat document op bytes 25055 tot 26106.