Citaat | Centrale Raad van Beroep 26 april 2017
Onder 4.7.1. Centrale Raad van Beroep 26 april 2017
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 26 april 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1476.
Volgens vaste rechtspraak van de Raad (zie onder meer de uitspraken van 14 november 1991, ECLI:NL:CRVB:1991:ZB4693, 5 oktober 1999, ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8492 en 27 mei 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BM7312) heeft in het algemeen te gelden dat het aan de materiële wetgever is voorbehouden om alle betrokken belangen af te wegen en moet de rechter het resultaat daarvan respecteren. Dit uitgangspunt lijdt uitzondering indien aan de inhoud of de wijze van totstandkoming van een algemeen verbindend voorschrift zodanige ernstige feilen kleven dat dit voorschrift om die reden niet als grondslag kan dienen voor daarop in concrete gevallen te baseren besluiten. Dat brengt met zich mee dat de rechter bij de behandeling van een beroep dat tegen een in concreto genomen besluit is ingesteld, ook gehouden is om – met terughoudendheid – te toetsen of het desbetreffende algemeen verbindende voorschrift een voldoende deugdelijke grondslag voor dat besluit vormt. Bij die, niet rechtstreekse, toetsing van het algemeen verbindende voorschrift vormen de algemene rechtsbeginselen en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur een belangrijk richtsnoer.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/342d4102bc622ebe8e014309173496ce517a195dc794bc3f76b909677b0dd713. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 342d4102bc622ebe8e014309173496ce517a195dc794bc3f76b909677b0dd713, en de alinea staat in dat document op bytes 35605 tot 36777.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/342d4102bc622ebe8e014309173496ce517a195dc794bc3f76b909677b0dd713 | shasum -a 256