Citaat | Centrale Raad van Beroep 27 juni 2017

Onder 4.7. Centrale Raad van Beroep 27 juni 2017

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 27 juni 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2383.

Indien de geadresseerde stelt dat hij een niet-aangetekend verzonden besluit niet heeft ontvangen, is het in beginsel aan het bestuursorgaan om aannemelijk te maken dat het besluit wel op het adres van de geadresseerde is ontvangen. De omstandigheid dat per post verzonden stukken in de regel op het daarop vermelde adres van de geadresseerde worden bezorgd, rechtvaardigt het vermoeden van ontvangst van het besluit of ander relevant document op dat adres. Dit brengt mee dat het bestuursorgaan in eerste instantie kan volstaan met het aannemelijk maken van verzending naar het juiste adres. Daartoe is in ieder geval vereist dat het besluit is voorzien van de juiste adressering en een verzenddatum en dat sprake is van een deugdelijke verzendadministratie. Zie de uitspraak van 26 januari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:325.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c779a36d18db548ada6e5e40ed3ba8185b1987242b0a62988c1404338dadd6a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c779a36d18db548ada6e5e40ed3ba8185b1987242b0a62988c1404338dadd6a6, en de alinea staat in dat document op bytes 13089 tot 13922.