Citaat | Centrale Raad van Beroep 22 augustus 2017

Onder 4.4.2. Centrale Raad van Beroep 22 augustus 2017

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 22 augustus 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2869.

Appellante is, anders dan zij heeft betoogd, er niet in geslaagd om aannemelijk te maken dat de onroerende zaak geen bestanddeel vormde van het vermogen waarover zij daadwerkelijk beschikte of redelijkerwijs kon beschikken. Zij heeft wel erkend dat zij gedurende periode 1 voor de helft juridisch eigenaar was van de onroerende zaak, maar gesteld dat haar zwager feitelijk volledig eigenaar is gebleven. Zij heeft echter niet met objectieve en verifieerbare gegevens aannemelijk gemaakt dat gedurende periode 1 haar zwager volledig eigenaar was van de onroerende zaak. De in bezwaar overgelegde en dus achteraf opgestelde verklaring van haar zwager, waarin deze haar stelling ondersteunt dat hij er vanwege persoonlijke problemen bij haar op heeft aangedrongen dat zij de woning voor een korte periode op haar naam zou zetten en te kennen geeft dat appellante geen enkele bijdrage heeft gehad als koper dan wel verkoper en nooit eigenaar van de woning is geweest, is daarvoor ontoereikend. Overige gegevens ontbreken. De motieven om mede-eigendom van een onroerende zaak te verwerven zijn voorts niet van belang voor het antwoord op de vraag of de betrokkene over zijn aandeel in die onroerende zaak beschikt of redelijkerwijs kan beschikken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/62bf44c35918d94fab6f0df366b3b2cd26684eac838839e7a4764346a1a93cec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 62bf44c35918d94fab6f0df366b3b2cd26684eac838839e7a4764346a1a93cec, en de alinea staat in dat document op bytes 12177 tot 13433.