Citaat | Centrale Raad van Beroep 23 augustus 2017

Onder 4.3.1. Centrale Raad van Beroep 23 augustus 2017

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 23 augustus 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2903.

Appellant heeft in juli 2014 twee dagen als magazijnmedewerker bij [BV 2] gewerkt en is vervolgens uitgevallen wegens een oorontsteking. Werkgever heeft vervolgens tijdens de proeftijd het arbeidscontract opgezegd. Ook hier is sprake van een te beoordelen situatie waarin appellant geen werkgever heeft zodat ook in dit geval de maatstaf arbeid gevonden dient te worden in artikel 19, vijfde lid, van de ZW, wat betekent dat het gaat om werkzaamheden van een magazijnmedewerker. Wat er ook zij van het bezwaar van appellant dat bij [BV 2] werkzaamheden werden verricht in een lawaaiige ruimte, dat zou een verzwarende omstandigheid betreffen, die volgens vaste rechtspraak buiten beschouwing dient te worden gelaten. In deze zaak concludeert de Raad op basis van de beschikbare en genoemde medische gegevens eveneens dat de artsen van het Uwv een compleet en juist beeld hebben gehad over de medische situatie van appellant op 22 december 2014. Nu appellant op die datum voor dergelijke werkzaamheden noch voor werkzaamheden als van een magazijnmedewerker/vervangend teamleider in de textielbranche ongeschikt is te achten, is er geen reden voor toetsing aan de tweede volzin van artikel 19, vijfde lid, van de ZW. Van belang is daarbij dat het op beide data in geding gaat het om vergelijkbare gehoorproblematiek.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6aa5fbd2ea2391dd22dd4688d84f05b5006bef8ed0c46f1b2ebed2465861370. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6aa5fbd2ea2391dd22dd4688d84f05b5006bef8ed0c46f1b2ebed2465861370, en de alinea staat in dat document op bytes 25955 tot 27283.