Citaat | Centrale Raad van Beroep 31 januari 2017

Onder 4.6. Centrale Raad van Beroep 31 januari 2017

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 31 januari 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:331.

Evenals in beroep - en zoals ter zitting nader toegelicht - heeft appellant zich op het standpunt gesteld dat het inkomen uit studiefinanciering voor de kosten van bewindvoering niet kan worden aangemerkt als een passende en toereikende voorliggende voorziening. Deze grond slaagt evenmin. Anders dan in de door appellant aangehaalde uitspraak (uitspraak van 21 mei 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1655) is in het onderhavige geval geen sprake van een afwijzing van een aanvraag om bijzondere bijstand op de grond dat voor de betreffende kosten een beroep kan worden gedaan op een passende en toereikende voorliggende voorziening. Integendeel, het college heeft de aanvraag om bijzondere bijstand toegekend, doch bij de vaststelling van de draagkracht de middelen waarover appellant beschikt of redelijkerwijs kan beschikken in aanmerking genomen. Gelet op wat onder 4.4 is overwogen dient de tot de studiefinanciering behorende component ‘rentedragende lening’, als voorliggende voorziening, tot de middelen van appellant te worden gerekend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77e448609f3f5f39230a30e146e7ff191cb095edd43681a3bccb0a738db56d70. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77e448609f3f5f39230a30e146e7ff191cb095edd43681a3bccb0a738db56d70, en de alinea staat in dat document op bytes 10616 tot 11668.