Citaat | Centrale Raad van Beroep 27 september 2017

Onder 4.2.2. Centrale Raad van Beroep 27 september 2017

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 27 september 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:3480.

Van belang is, dat appellante van meet af aan consistent heeft verklaard over de gang van zaken bij haar bezoek aan het Uwv-kantoor begin juli 2013, zoals weergegeven in 3.1. Verder staat vast dat appellante haar spaargeld heeft gebruikt om in haar levensonderhoud te voorzien in de periode tussen het ontstaan van haar werkloosheid en de indiening van haar WW-aanvraag. Dit ondersteunt het standpunt van appellante dat haar van de zijde van het Uwv te kennen is gegeven dat zij niet in aanmerking kwam voor een WW-uitkering. Niet goed denkbaar is immers dat appellante uit eigen beweging haar spaargeld tot op de voor de WWB geldende grens zou hebben opgemaakt voordat zij een WW-aanvraag indiende. Hierbij is mede in aanmerking genomen dat appellante in het verleden in het geval van werkloosheid steeds tijdig WW-uitkeringen heeft aangevraagd, wat erop wijst dat zij op de hoogte was van de te ondernemen stappen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/afbcd0169e719ad025617d8e32ac09b00f14427a093bf7eb5bc52a7e96cdb0c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt afbcd0169e719ad025617d8e32ac09b00f14427a093bf7eb5bc52a7e96cdb0c2, en de alinea staat in dat document op bytes 12674 tot 13603.