Citaat | Centrale Raad van Beroep 31 januari 2017

Onder 1.2. Centrale Raad van Beroep 31 januari 2017

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 31 januari 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:365.

In een in augustus 2012 gestart rechtmatigheidsonderzoek is vastgesteld dat appellante in juni 2012 bij de aanschaf van een nieuwe auto een bedrag van € 3.400,- in contanten heeft betaald aan de verkoper en in de periode van 20 augustus 2009 tot en met 25 oktober 2012 maandelijks een betaling van € 300,- heeft ontvangen van [naam 1] (V) onder de vermelding “huur”. Van de aanschaf van de auto en de betalingen door V hebben appellanten geen melding gemaakt bij het college. Uit een nader onderzoek is onder meer gebleken dat aan appellante op 16 oktober 2006 en 1 september 2007 een hypothecaire geldlening is verstrekt van € 62.000,-. In 2008 en 2009 zijn kasstortingen gedaan op de bankrekening van appellante van in totaal € 4.040,-. Verder is gebleken dat appellante op 9 juni 2010 goud heeft verkocht voor een bedrag van € 3.705,- en dat de bij appellanten inwonende zoon op

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a5a3d8fbcabd712a4904ac33ea41df16bd2b24fb16216b533ce1c8c366503f2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a5a3d8fbcabd712a4904ac33ea41df16bd2b24fb16216b533ce1c8c366503f2, en de alinea staat in dat document op bytes 6619 tot 7528.