Citaat | Centrale Raad van Beroep 18 oktober 2017

Onder 6.4. Centrale Raad van Beroep 18 oktober 2017

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 18 oktober 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:3722.

Appellanten hebben als onderbouwing van hun stelling dat door het besluit van 31 oktober 2011 het bedrijf van appellant niet kon worden gecontinueerd en daardoor inkomsten en voordelen zijn misgelopen, uiteengezet welke omzet in 2010 en 2011 is gerealiseerd, welke fiscale gegevens zijn gehanteerd en hoe, bij continuering van het bedrijf, fiscale voordelen en beperking van lasten gerealiseerd hadden kunnen worden. Daartoe zijn fiscale gegevens, facturen en door appellanten vervaardigde overzichten van kosten en opbrengsten overgelegd van waaruit is berekend welke inkomsten zouden zijn misgelopen. Hiermee is weliswaar een onderbouwing gegeven van de schade die volgens hen is veroorzaakt doordat appellant zich door het besluit van 31 oktober 2011 genoodzaakt zag om zijn bedrijf te staken, maar is niet aannemelijk gemaakt dat die staking niet zou hebben plaatsgevonden indien het besluit van 31 oktober 2011 niet was genomen. Voor de beantwoording van die vraag is van belang dat uit het bezwaarschrift van appellanten van 26 november 2011 tegen het besluit van 31 oktober 2011 blijkt dat het bedrijf marginale inkomsten genereerde. Reeds toen bestonden er aanzienlijke schulden en waren er verschillende problemen over betalingen van toeleveranciers, creditkaart en energieleverantie. Voorts is van belang dat eerst met de eerste terugvorderingshandeling in mei 2012, geruime tijd nadat volgens appellanten de schade was ontstaan, uitvoering werd gegeven aan het besluit van 31 oktober 2011. Ook de hoogte van het termijnbedrag dat appellanten vanaf mei 2012 moesten terugbetalen, zijnde € 192,94 per maand, geeft gelet op de reeds bestaande substantiële bedrijfsschulden geen aanknopingspunten voor de gestelde noodzaak tot staken van de bedrijfsactiviteiten als gevolg van het besluit van 31 oktober 2011. Derhalve is niet aannemelijk dat, indien het Uwv het besluit van 31 oktober 2011 niet had genomen, de bedrijfsactiviteiten niet zouden zijn gestaakt en appellanten geen schade zouden hebben geleden. Veeleer is aannemelijk dat de staking van de bedrijfsactiviteiten volledig gelegen is in bij appellanten gelegen factoren die losstaan van het besluit van 31 oktober 2011. Een causaal verband tussen de gestelde schade en dit besluit, in de zin van een conditio sine qua non-verband, ontbreekt derhalve. Reeds hierom bestond geen grondslag voor toewijzing van het verzoek om schadevergoeding. Aan de vraag of de beweerde schade het Uwv als gevolg van het besluit van 31 oktober 2011 kan worden toegerekend wordt niet toegekomen. Ook voor immateriële schade bevatten de gegevens geen aanknopingspunten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4eacaa687ce366fb6f9be65482d6c526e9cdf4a339d28f4cfff275f604b749ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4eacaa687ce366fb6f9be65482d6c526e9cdf4a339d28f4cfff275f604b749ed, en de alinea staat in dat document op bytes 14539 tot 17196.