Citaat | Centrale Raad van Beroep 7 november 2017

Onder 5.7.1. Centrale Raad van Beroep 7 november 2017

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 7 november 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:4021.

11 maart 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1070. Die toetsing betekent dat sprake is van een ongerechtvaardigd onderscheid, indien voor het gemaakte onderscheid geen redelijke en objectieve rechtvaardiging bestaat. Dat is het geval als met het onderscheid geen gerechtvaardigd doel wordt nagestreefd of als de gehanteerde middelen niet in een redelijke proportionaliteitsrelatie staan tot het nagestreefde doel. Bij de beoordeling in hoeverre een onderscheid in een bepaalde situatie een evenredig te achten middel vormt om een bepaald doel te bereiken, dient in het kader van het IVRK acht te worden geslagen op het daaraan ten grondslag liggende beginsel van bijzondere beschermwaardigheid van kinderen. Dit betekent dat maatregelen die ten opzichte van volwassenen in overeenstemming worden geacht met de internationale non-discriminatiebepalingen, in bepaalde situaties door de gevolgen daarvan voor kinderen niettemin in strijd kunnen komen met onder andere artikel 2, eerste lid, van het IVRK. Vergelijk de uitspraak van 24 januari 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AV0197.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/18ef2890990930da4c365f35f06d29ba6e911ad5484154901aede5df615c79be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 18ef2890990930da4c365f35f06d29ba6e911ad5484154901aede5df615c79be, en de alinea staat in dat document op bytes 19023 tot 20096.