Citaat | Centrale Raad van Beroep 5 december 2017
Onder 4.6. Centrale Raad van Beroep 5 december 2017
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 5 december 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:4218.
Ingevolge artikel 3, derde lid, van de WWB is van een gezamenlijke huishouding sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en ze blijk geven zorg voor elkaar te dragen door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins. In artikel 3, vierde lid, aanhef en onder b, van de WWB is een zogeheten onweerlegbaar rechtsvermoeden neergelegd inhoudende dat een gezamenlijke huishouding in ieder geval aanwezig wordt geacht indien de belanghebbenden hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de een door de ander.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/47e64d4e93edea1581ffbb4803b2361f4e8cee48303f9cefb5f19fdd976888d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 47e64d4e93edea1581ffbb4803b2361f4e8cee48303f9cefb5f19fdd976888d6, en de alinea staat in dat document op bytes 17497 tot 18179.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/47e64d4e93edea1581ffbb4803b2361f4e8cee48303f9cefb5f19fdd976888d6 | shasum -a 256