Citaat | Centrale Raad van Beroep 21 februari 2017
Onder 4.2.7. Centrale Raad van Beroep 21 februari 2017
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 21 februari 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:607.
Voorts volgt uit het arrest van het Hof van Justitie van 13 januari 2005, Streekgewest Westelijk Noord-Brabant, C-174/02, ECLI:EU:C:2005:10, punt 19, dat niet alleen concurrenten er belang bij kunnen hebben zich voor de nationale rechter te beroepen op de rechtstreekse werking van artikel 108, derde lid, van het VWEU, maar dat ook justitiabelen die worden onderworpen aan een heffing die integrerend deel uitmaakt van een steunmaatregel die in strijd met artikel 108, derde lid, van het VWEU tot uitvoer is gebracht hier belang bij kunnen hebben. In het voorliggende geschil is appellant geen concurrent of een justitiabele die is onderworpen aan een heffing die integrerend deel uitmaakt van een steunmaatregel die in strijd met artikel 108, derde lid, van het VWEU tot uitvoer is gebracht. Zoals in 4.3.6 is overwogen is het belang van appellant gelegen in toeleiding naar de arbeidsmarkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/754452cc18de48e197618d9edaa6701efd7a511aaa30daf67ed9282b46f13102. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 754452cc18de48e197618d9edaa6701efd7a511aaa30daf67ed9282b46f13102, en de alinea staat in dat document op bytes 12209 tot 13115.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/754452cc18de48e197618d9edaa6701efd7a511aaa30daf67ed9282b46f13102 | shasum -a 256