Citaat | Centrale Raad van Beroep 6 januari 2017
Onder 4.4.2. Centrale Raad van Beroep 6 januari 2017
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 6 januari 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:67.
De stelling van appellanten dat de artikelen 28 en 28bis van Vo 1408/71 en 24 en 25 van Vo 883/2004 niet van toepassing zijn omdat zij ingevolge de Belgische wetgeving als inwoners van dat land recht hebben op verstrekkingen op grond van de Vlaamse zorgverzekering en dat aan dit recht op verstrekkingen voorwaarden inzake verzekering zijn gesteld, treft geen doel. Met de zinsnede “geen recht heeft op verstrekkingen krachtens de wetgeving van de lidstaat waar iemand woont” in artikel 24 van Vo 883/2004 en met de soortgelijke bepaling in artikel 28 van Vo 1408/71, wordt immers gedoeld op de situatie dat een gepensioneerde geen recht heeft op verstrekkingen, gekoppeld aan de verzekering op grond van ontvangen wettelijke uitkeringen in het woonland, dan wel aan het verrichten van werkzaamheden. Is het recht op verstrekkingen gebaseerd op ingezetenschap, omdat de wetgeving van het woonland voor dit recht op verstrekkingen geen voorwaarden stelt inzake verzekering of inzake het verrichten van werkzaamheden, dan komen ingevolge de artikelen 28bis van Vo 1408/71 en 25 van Vo 883/2004 de kosten van medische zorg ook voor rekening van de pensioenstaat. Anders dan appellanten menen, wil het feit dat aan de rechten op grond van de Vlaamse zorgverzekering bepaalde voorwaarden zijn verbonden, niet zeggen dat het geen situatie betreft als bedoeld in de artikelen 28bis van Vo 1408/71 en 25 van Vo 883/2004 (vergelijk de uitspraken van de Raad ECLI:NL:CRVB:2015:1682, overweging 4.4 en ECLI:NL:CRVB:2016:1272, overweging 4.2). Bevestiging van dit standpunt wordt ook gevonden in de door het Belgische bevoegde orgaan ingevulde E 121-verklaring waaruit niet blijkt van een zogenaamd prevalerend recht in België. Voor twijfel aan de geldigheid van deze verklaring bestaat geen aanleiding. Zie in dit verband nog wat is overwogen in de uitspraak van 23 mei 2014. Het door appellant genoemde arrest van het Hof van 26 oktober 2016, C-269/15, Hoogstad, ziet niet op de situatie van appellanten omdat op Hoogstad de in dit geding aan de orde zijnde conflictregels van titel III, hoofdstuk 1, van de verordeningen niet van toepassing waren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f5a3256df1275abfffebf52389bbecc63bbf23b8eca2e54f4592e1935ac757e9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f5a3256df1275abfffebf52389bbecc63bbf23b8eca2e54f4592e1935ac757e9, en de alinea staat in dat document op bytes 15601 tot 17757.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f5a3256df1275abfffebf52389bbecc63bbf23b8eca2e54f4592e1935ac757e9 | shasum -a 256