Citaat | Centrale Raad van Beroep 6 januari 2017

Onder 4.6. Centrale Raad van Beroep 6 januari 2017

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 6 januari 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:67.

Voor het stellen van prejudiciële vragen wordt eveneens geen aanleiding gezien. Zoals uit bovenstaande overwegingen blijkt, roepen de zaken van appellanten geen nieuwe rechtsvragen op die nog niet door het Hof in genoemde en andere arresten zijn besproken en beantwoord. Voor het overige is de juiste toepassing van het Unierecht zo evident, dat redelijkerwijs geen twijfel kan bestaan over de beantwoording van de in geschil zijnde rechtsvragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f5a3256df1275abfffebf52389bbecc63bbf23b8eca2e54f4592e1935ac757e9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f5a3256df1275abfffebf52389bbecc63bbf23b8eca2e54f4592e1935ac757e9, en de alinea staat in dat document op bytes 18347 tot 18808.