Citaat | Centrale Raad van Beroep 8 mei 2018

Onder 4.7. Centrale Raad van Beroep 8 mei 2018

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 8 mei 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1364.

Appellante heeft aangevoerd dat zij niet in staat was de gevraagde gegevens (tijdig) te verstrekken, omdat sprake is van identiteitsfraude en zij niet de persoon is die in België werkzaamheden heeft verricht. Daarbij heeft appellante aangevoerd dat zij ernstig ziek is en in overwegende mate afhankelijk is van anderen, zoals haar bewindvoerder en mantelzorger, en dat het haar ondanks hulp van deze personen niet is gelukt aan de gevraagde stukken te komen. Deze beroepsgrond slaagt niet, al omdat uit 4.2 voortvloeit dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij slachtoffer is geworden van identiteitsfraude en het er daarom voor moet worden gehouden dat zij wel in België stond ingeschreven en daar werkzaamheden heeft verricht. Niet is gebleken dat appellante niet (tijdig) over de gevraagde stukken kon beschikken. Hoewel het college appellante bij brief van 2 december 2015 uitdrukkelijk heeft gewezen op de mogelijkheid schriftelijk om uitstel te verzoeken indien zij niet tijdig over de gevraagde gegevens kon beschikken, heeft zij van die mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcf66e15f86670f0a2446133f124adc0957c8189e888caa95c56f90b3ab012e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcf66e15f86670f0a2446133f124adc0957c8189e888caa95c56f90b3ab012e4, en de alinea staat in dat document op bytes 20826 tot 21933.