Citaat | Centrale Raad van Beroep 8 mei 2018
Onder 4.11.1. Centrale Raad van Beroep 8 mei 2018
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 8 mei 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1364.
Indien de geadresseerde stelt dat hij een niet-aangetekend verzonden besluit niet heeft ontvangen, geldt volgens vaste rechtspraak (bijvoorbeeld de uitspraak van 24 mei 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2304) als uitgangspunt dat het bestuursorgaan aannemelijk dient te maken dat het desbetreffende stuk is verzonden. De omstandigheid dat per post verzonden stukken in de regel op het daarop vermelde adres van de geadresseerde worden bezorgd, rechtvaardigt evenwel het vermoeden van ontvangst van het besluit of ander relevant document op dat adres. Dit brengt mee dat het bestuursorgaan in eerste instantie kan volstaan met het aannemelijk maken van verzending naar het juiste adres. Daartoe is in ieder geval vereist dat het poststuk is voorzien van de juiste adressering en een verzenddatum en dat sprake is van een deugdelijke verzendadministratie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcf66e15f86670f0a2446133f124adc0957c8189e888caa95c56f90b3ab012e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcf66e15f86670f0a2446133f124adc0957c8189e888caa95c56f90b3ab012e4, en de alinea staat in dat document op bytes 24030 tot 24887.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fcf66e15f86670f0a2446133f124adc0957c8189e888caa95c56f90b3ab012e4 | shasum -a 256