Citaat | Centrale Raad van Beroep 16 mei 2018
Onder 4.5.1. Centrale Raad van Beroep 16 mei 2018
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 16 mei 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1465.
Ter beoordeling ligt dan nog voor of wat appellante heeft aangevoerd, aanleiding geeft voor het oordeel dat het bestreden besluit evident onredelijk is. In dit verband wordt het volgende in aanmerking genomen. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat appellante vanaf het moment dat het besluit van 19 januari 2015 aan haar bekend was gemaakt, herhaaldelijk telefonisch contact met het Uwv heeft opgenomen, omdat zij het vermoeden had dat het dagloon te laag was vastgesteld. Meer specifiek heeft appellante zowel in haar verzoek van 24 maart 2015, als in bezwaar, beroep en in hoger beroep aangevoerd dat zij op 24 februari 2015 heeft gesproken met een medewerker van het Klant Contact Centrum (KCC) van het Uwv met het verzoek om uitleg van de berekening van haar dagloon, omdat deze ontbrak bij het besluit van 19 januari 2015. Appellante heeft toen het advies gekregen om schriftelijk de berekening van het dagloon op te vragen en daarbij een verzoek om herziening in te dienen. Daarbij is toegezegd dat het herzieningsverzoek met terugwerkende kracht zou worden gehonoreerd indien het dagloon onjuist zou zijn vastgesteld, aldus appellante. Het Uwv heeft deze stelling van appellante niet betwist. Appellante heeft overeenkomstig het advies van het Uwv gehandeld en bij brief van 24 maart 2015 het Uwv om de onderliggende berekening van het dagloon verzocht en een herzieningsverzoek ingediend. Appellante heeft aangevoerd dat zij vanwege haar gezondheidssituatie niet in staat was om dit eerder te doen. Hierop heeft het Uwv gereageerd bij brief van 31 maart 2015, waarin een berekening van het dagloon is gegeven. Pas toen was voor appellante inzichtelijk dat het dagloon inderdaad, zoals zij al vermoedde, te laag was vastgesteld. Vervolgens heeft appellante nogmaals gebeld met het KCC van het Uwv en het advies gekregen om een bezwaarschrift in te dienen tegen het besluit van 19 januari 2015, wat appellante heeft gedaan. De bezwaartermijn was toen echter al verstreken en het bezwaar is wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b91f019cacf4996946a3c2aee470a272085f53bab798aebd124b66cc1b745b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b91f019cacf4996946a3c2aee470a272085f53bab798aebd124b66cc1b745b8, en de alinea staat in dat document op bytes 14230 tot 16321.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7b91f019cacf4996946a3c2aee470a272085f53bab798aebd124b66cc1b745b8 | shasum -a 256