Citaat | Centrale Raad van Beroep 15 mei 2018
Onder 4.1.7. Centrale Raad van Beroep 15 mei 2018
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 15 mei 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1500.
Appellante heeft aangevoerd dat moet worden uitgegaan van de fictieve situatie dat appellante in de woning in [gemeente] woonachtig is en dat op grond van artikel 34, tweede lid, onderdeel d, van de PW haar vermogen niet als vermogen in aanmerking moet worden genomen omdat de waarde van de onroerende zaak is gelegen beneden de vermogensgrens van € 49.400,-. De Raad kan deze stelling niet volgen, reeds omdat geen sprake is van een eigen, door appellante bewoonde woning in de gemeente Rotterdam. Om dezelfde reden kan de stelling van appellante dat zij op grond van artikel 50, tweede lid, onder b, van de PW recht heeft op bijstand in de vorm van een geldlening, evenmin slagen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cae7196e161740235842c61f64597cd74aa8dbdde399374bbe99ba60d76b6983. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cae7196e161740235842c61f64597cd74aa8dbdde399374bbe99ba60d76b6983, en de alinea staat in dat document op bytes 17726 tot 18424.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cae7196e161740235842c61f64597cd74aa8dbdde399374bbe99ba60d76b6983 | shasum -a 256