Citaat | Centrale Raad van Beroep 23 mei 2018
Onder 4.7. Centrale Raad van Beroep 23 mei 2018
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 23 mei 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1525.
“De afbakening van de verantwoordelijkheden en taken van gemeenten vindt (…) niet alleen plaats in de opdracht voor gemeenten en de uitwerking daarvan, maar ook in de beschrijving van de groepen van personen die een beroep kunnen doen op het voorstel van Wet langdurige zorg (Wlz), de Jeugdwet en de (nieuwe) aanspraak thuisverpleging in de Zorgverzekeringswet (Zvw). Uitgangspunt van dit wetsvoorstel is dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de maatschappelijke ondersteuning van hun ingezetene tot aan het moment dat deze een indicatie heeft voor zorg op grond van de (nieuwe) Wlz. (…) Ook als een cliënt op basis van de Wlz gefinancierde zorg thuis ontvangt of kan ontvangen, houdt de verantwoordelijkheid van de gemeente op grond van dit wetsvoorstel op. (…)” ( Kamerstukken II 2013/14, 33 841, nr. 3, blz. 14 en 15) . “In verband met het feit dat een duidelijke afbakening tussen dit wetsvoorstel en de Wlz noodzakelijk is, is in dit wetsvoorstel bepaald dat het college een maatwerkvoorziening kan weigeren indien een cliënt voldoet aan de criteria van de Wlz. Dit gaat ook op indien uit het onderzoek blijkt dat er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt daarop aanspraak kan doen gelden en deze weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit dienaangaande. (…)Vanaf het moment dat een indicatie op grond van de Wlz van kracht wordt, eindigt de maatwerkvoorziening (voor zover die al was verstrekt).” (Kamerstukken II 2013/14, 33 841, nr. 3, blz. 35 en 36). “Dit wetsvoorstel regelt dat gemeenten mensen met beperkingen en problemen zo nodig moet ondersteunen opdat zij zo lang mogelijk in de eigen woonomgeving kunnen blijven leven. De gemeentelijke verantwoordelijkheid houdt echter op indien iemand kampt met een zodanig ernstige problematiek dat hij op grond van de wettelijke aanspraken in de AWBZ in aanmerking komt voor opneming in een instelling. Indien bij het onderzoek blijkt dat iemand beschikt over een indicatiebesluit voor, en daarmee een recht op AWBZ-zorg, kan het college derhalve weigeren een maatwerkvoorziening te verstrekken dan wel een al toegekende maatwerkvoorziening te beëindigen. Het zesde lid legt deze bevoegdheid vast.” (Kamerstukken II 2013/14, 33 841, nr. 3, blz. 151).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff3d03cb32d1f6448c9907c64dd007232492bef4df2fdb9ee811306d7853e424. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff3d03cb32d1f6448c9907c64dd007232492bef4df2fdb9ee811306d7853e424, en de alinea staat in dat document op bytes 13426 tot 15764.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ff3d03cb32d1f6448c9907c64dd007232492bef4df2fdb9ee811306d7853e424 | shasum -a 256