Citaat | Centrale Raad van Beroep 23 mei 2018
Onder 4.9. Centrale Raad van Beroep 23 mei 2018
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 23 mei 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1525.
Uit de tekst van artikel 2.3.5, zesde lid, van de Wmo 2015 en de memorie van toelichting van zowel de Wmo 2015 en de Wlz volgt dat het de bedoeling van de wetgever is geweest bij (onder meer) deze wetten een duidelijke scheiding in zorg en verantwoordelijkheid aan te brengen. Indien iemand een indicatie heeft op grond van de Wlz of daarvoor in aanmerking zou kunnen komen, is het college, behoudens het bepaalde in artikel 8.6a van de Wmo 2015, niet verplicht een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 te treffen. Gelet hierop kan niet geoordeeld worden dat het college niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten de onder 1.2 genoemde voorziening te beëindigen. De beroepsgrond van appellante dat het pgb dat zij van het Zorgkantoor ontvangt, inclusief de ophoging die zij krijgt omdat zij niet in een instelling verblijft, onvoldoende is om de benodigde huishoudelijke zorg te realiseren, leidt niet tot een ander oordeel. Appellante zal zich hiervoor tot het Zorgkantoor dienen te wenden. De Raad realiseert zich dat hierover onder de Wmo en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten anders werd geoordeeld (vergelijk de uitspraak van de Raad van 9 april 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:1240), maar acht dit een gevolg van de gewijzigde wetgeving.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff3d03cb32d1f6448c9907c64dd007232492bef4df2fdb9ee811306d7853e424. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff3d03cb32d1f6448c9907c64dd007232492bef4df2fdb9ee811306d7853e424, en de alinea staat in dat document op bytes 17620 tot 18884.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ff3d03cb32d1f6448c9907c64dd007232492bef4df2fdb9ee811306d7853e424 | shasum -a 256